​Sluimertijd - Een troostlied in dertig vensterverzen

  • 04/12/2020

Sluimertijd 

Een troostlied in dertig vensterverzen 
Anneleen Van Offel 

Als jij gevloerd wordt 
leg ik me bij jou neer  
tot wij gegronde redenen zijn 
om recht te staan. 

Kijken wij dan samen  
hoe het licht in de dag valt 

het breekt in gelijke strepen  
het wijst ons aan. 

Het licht wijst ons aan  
we zijn gezien.  

Ook als we vallen: 
we bestaan.  

Huid aan huid  
kom ik in je adem thuis. 

 
Zullen we een lijn 
om ons lichaam tekenen 

een vorm om aan te nemen  
een ons om in te lijven  

een wij om te blijven?

Neem mijn hand  
en ik geef je mijn arm 

jij bent een kolfje naar mijn hart. 

Als jij je half voelt 
mag ik je dan helen? 

Ook als jij je half voelt 
zijn wij een geheel. 

Kijk, het licht. Zie de dag 
ook met je ogen dicht.  

Ik durf te wedden dat jouw stap 
in mijn handen past  
ik geef je een zetje, zet je af   

de wereld begint een voet groot. 

En als jij hier niet kan aarden 
wijs ik de verte in je aan 
het vluchtpunt in je navel  

er is zoveel dat op je wacht.  

Ik verdraag je 
zo ver je wil zal ik je dragen. 

Als jij het niet meer ziet  
dan zal ik je mijn uitzicht lenen 

ik kan jouw donkerte niet raken 
maar zie mij als je licht. 

Mijn dromen kan ik met je delen 
er is genoeg voor jou en mij 

ik breng wat ver is dichterbij. 

Als het buiten vloed is  
trek ik je naar me toe  
ik beloof je dat het tij zich keert 

ik eb je lief. 

Tot de tijd zich keert  
en het gebroken licht  
zich tegen de duisternis weert 

leg ik me neer  
ik wacht op jou 
tot het tij zich keert. 

Ik rouw van jou. 

 
Schepen wij in 
scherpe randen tegemoet 
waar lucht kantelt in licht 
met jou wil ik gehavend zijn. 

Bewegen wij van inzicht naar uitzicht  
en alles wat daartussen ligt.  

Ik vang de wind voor je  
zolang wij op de tocht staan  
waai ik bij je aan
  
ooit in jou te mogen stranden. 

Hoofd tegen hoofd 
laat ik jouw gedachten kantelen  
stroom maar in mij over. 

Tot wij elkaar  
van adem tot adem verstaan. 

 
We meren aan  
in rakende gedachten 
meren wij in elkaar aan. 

Mag ik het licht in jouw ogen  
zo zacht mogelijk scherpstellen? 

Dit gaat over 
het trekt voorbij 

dit gaat over  
jou en mij 

blijf.

Zullen we onze adem vertragen  
tot we samenvallen  
samen in de dag vallen  

wij zijn sluimertijd.  

 
Ik zoek je als jij je niet meer vindt. 

 
Ik zoek je in uitgewoonde dagen  
til je op en draag je  
over drempels naar een begin

verre einders in. 

 
Tot dan plots  
het licht aanklopt 
het strandt in onze lach  

en wij verrast  
dat het nog past  
nemen het leven voor lief. 

Nemen wij het leven lief. 

Meer weten over het vensterverhaal? Neem een kijkje op de website van Festival van de Gelijkheid.