crisis treft ook sector sociaal-cultureel werkterug naar overzicht

Door de besparingen in de sector wordt er voortaan geen rekening gehouden met de 'levensduurte' en zijn er geen beleidsprioriteiten voor de minister van cultuur. 

Een Vlaamse regering met scherpe besparingsdoelstellingen kan en wil niet diep in de buidel tasten.  Op 30 juni besloot cultuurminister Schauvliege om alvast niet in te gaan op een aantal budgettaire hefbomen in het decreet : de levensduurte en de beleidsprioriteiten. 

Volgens het decreet worden de subsidie-enveloppen jaarlijks geïndexeerd.  Maar deze index dekt niet alle kosten die het leven van de organisaties duurder maakt.  Daarom introduceerde het Vlaams Parlement in 2008 het begrip 'levensduurte' in ons decreet.  Elke vijf jaar kan de Vlaamse regering berekenen wat de automatische toename van de kosten gedurende de afgelopen vijf jaar betekende voor de organisaties (bijvoorbeeld voor anciënniteit, energie,...) Vanuit deze berekening kan dan een budget worden toegevoegd om er alvast voor te zorgen dat  - zelfs bij een gelijkblijvende enveloppe - de organisaties niet steeds armer worden.  Echter, gezien de budgettaire situatie, heeft de minister beslist dat er vanaf 2011 geen verhoging komt omwille van de levensduurte. 

Daarnaast kunnen de verenigingen en gespecialiseerde vormingsinstellingen volgens het decreet ingaan op beleidsprioriteiten van de minister.  Vanaf 2012 kan zij hiervoor extra middelen beschikbaar maken.  De minister deelde echter mee dat er geen beleidsprioriteiten zullen bepaald worden, dus dat er ook geen bijkomende middelen worden voorzien.