sociaal-cultureel volwassenenwerk is niet passé !terug naar overzicht

Een tijdje geleden verscheen in De Standaard een artikel 'Zijn KAV en KWB passé ?'  Aanleiding van het artikel was een recent onderzoek van Socius en het HIVA naar het profiel van de deelnemer aan het sociaal-cultureel volwassenenwerk.  Blijkbaar volstaat het loutere feit dat de gemiddelde deelnemer 55 jaar oud is, om de doodsklokken te luiden over het verenigingsleven in Vlaanderen.  Dit is wel heel kort door de bocht.  De FOV houdt met Boekstaven al enkele jaren cijfers bj over de sector.  De Federatie zegt het al langer : het sociaal-cultureel verenigingsleven is niet passé. FOV stelt vast dat er meer bestuursvrijwilligers zijn, meer afdelingen en steeds meer publieksactiviteiten.  Er zijn zelfs nog nooit zoveel erkende organisaties geweest.  Bovendien passen sociaal-culturele organisaties zich aan aan de maatschappelijke realiteit waarbinnen ze werken.  Soms met succes, soms met vallen en opstaan. 

Ook de talloze bewegingen die hun thema's steeds in de kijker weten te werken, de Vormingplus-centra die onvermoeibaar participatiedrempels slopen of de vormingsinstellingen die vorming op het scherp van de snee bieden, getuigen van een gezonde en zuurstofrijke sector.  Een sector die zichzelf vernieuwt, zonder zijn identiteit op te offeren. 

Het sociaal-cultureel werk  is een vitale kacht van vitaal belang.  FOV vond het tijd om dat nog eens in herinnering te brengen en bracht daarom een brochure uit voor parlementairen en besluitvormers.  De brochure schetst een beeld van de sector, de werksoorten en de kalender voor het beleid in de komende maanden.  De brochure geeft ook een overzicht van de budgettaire impact van het gewenste en het gevoerde beleid. 

Op 15 oktober 2010 komt er een vervolg aan 'de brochure-actie' met een bezoek van de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement aan het 'werkveld'. Tijdens die uitstap vernemen de parlementairen meer over de sector, de organisaties, het werk en de meerwaarde ervan.  Vertegenwoordigers uit het veld komen het concrete werk van hun organisatie uit de doeken doen.